Orgel toetsen
Toetsen
Pijp van 50 euro
Registerknoppen

Dispositie bekend

Het orgel van de Westerkerk krijgt 35 registers (klankkleuren) die als volgt zijn verdeeld over de 3 zogenaamde ‘werken’ (met het pedaal mee zijn het zelfs 4 ‘werken’). Elk werk wordt tot klinken gebracht via een eigen klavier. De verdeling van de registers over de werken wordt de ‘dispositie’ van het orgel genoemd. De registers vertegenwoordigen de verschillende klankkleuren van het orgel. Achter de registernaam staat de lengte van de langste pijp van het betreffende register in ‘voeten’. Een pijp van 8 voet heeft (meestal) een lengte van ongeveer 240 cm en een pijp van 1 1/3 voet meet dus ongeveer 40 cm. Hoe korter de pijp, des te hoger die klinkt. Sommige pijpen worden gebruikt in meer dan 1 register (wisselslepen en transmissies).  

 

Rugpositief C,D,E – d3 Hoofdwerk C – d3 Bovenwerk C – d3 Pedaal C – d1
Prestant 8’ Prestant 16’ Prestant 8’ Subbas 16’
Quintadeen 8’ Oktaaf 8’ Roerfluit 8’ Oktaaf 8’
Oktaaf 4’ Holpijp 8’ Viola de Gamba 8’ Roerquint 51/3
Roerfluit 4’ Oktaaf 4’ Oktaaf 4’ Oktaaf 4’
Oktaaf 2’ Superoktaaf 2’ Open fluit 4’ Bastrompet 16’
Sifflet 11/3 Ruispijp II-IV Nasard 22/3 Trompet 8’
Mixtuur III-IV Mixtuur III-IV *) Gemshoorn 2’
Sesquialter II Scherp III Sifflet 1’
Kromhoorn 8’ Mixtuur IV
Cornet IV
Trompet 8’
Vox Humana 8’

*) registrabel tertskoor +1

Werktuiglijke registers en speelhulpen
Koppel pedaal – hoofdwerk
Koppel pedaal – bovenwerk
Koppel pedaal – rugpositief
Koppel hoofdwerk – bovenwerk
Koppel hoofdwerk – rugpositief

Tremulant bovenwerk
Nachtegaal